Let’s go Indian !

Indische5

Ken je het gevoel wanneer je op reis bent en ook al is de lokale keuken super lekker, je mist soms toch je eigen gekookte potje, of die van ‘casa mama’. Wel, wij ervaarden het ook tijdens ons Thaise avontuur. Ook al genoten we met volle teugen van de massaman en sticky rice with mango, trop is teveel. Bij gebrek aan een eigen keuken, hebben we er ons hartje eens opgehaald in een Thais-Frans restaurant en daarnaast zochten we af en toe onze toevlucht tot de Indische keuken. Mmmmm Indisch! Seg, maar… Waarom zouden we de Indische collega’s van mijn ventje niet eens vragen of ze bereid zijn ons hun geheimen uit de doeken te doen en samen te koken?!

En zo stonden we een weekje later samen in de keuken. Genodigden Rammohan en Vijay waren de koks van dienst die op de rooster gelegd werden.

Bij het aperitief en verkappen van het kippenkarkas, vuurde Vijay alvast enkele vragen richting diëtiste Spunky Dillie in spe: “Is ajuin gezond? En is olie goed of slecht in de ogen van een diëtiste?” Vooral de laatste vraag is niet eenvoudigweg met ja of neen te beantwoorden, dus vertelde ik alvast dat het uiteraard afhankelijk was van de hoeveelheid en welk vet. Maar al gauw werd me duidelijk waaruit de vragen van onze koks uit voortsproten…

Op het menu stonden: Butter Chicken en Biryani. Onze bezoekers brachten alle nodige ingrediënten mee, behalve ajuin. “Jullie hebben toch ajuin in huis?”, luidde het. Hmm… meestal wel, maar niet als je juist van Thailand terug bent en nog niet de kans hebt gehad je huis weer kookklaar te maken. En ook zeker geen 10 ajuinen! Gelukkig hadden de buren nét inkopen gedaan en hadden zij wel een legertje ajuinen te leen.

Les 1 (voor de Indiërs): een gemiddelde Belg heeft 3 tot 5 ajuinen of iets meer sjalotten in huis.

Les 2 volgde heel snel: gij zult olie in huis hebben! Wauw, het kokerellen ging van start met een flinke bodem in de pan. Toen mijn eerste olijfolie fles leeg was keken ze me vragend aan: “Jij hebt toch NOG olie?”. En jawel, de tweede fles (arachideolie) hing ondersteboven terwijl Vijay filosofeerde over hoe het kwam dat er luchtbellen naar boven gingen terwijl het teutje redelijk fijn was en er al olie door moest komen (ja… zòveel olie).

 

 

Daarna gingen één voor één alle ingrediënten in de pot (behalve de rijst, iets later pas): kip met de kruiden, look, groene pepertjes, gedroogde ajuin en munt.

 

 

Gewoonlijk mengen zij de kruiden zelf, maar om te vermijden dat ze een kruidenwinkel moesten meebrengen, deden voorgemaakte kruidenmixen dienst. Die bleken een goed alternatief. In dat geval wordt de kip gemengd met de kruiden en wat water om een soort van marinade te bekomen:

 

 

Dit was bv die voor de Biryani. Van hetzelfde merkt bestaat ook die voor de Butter Chicken en vele andere:

 

 

… en dan moest het geheel blijven sudderen.

Intussen vroegen de koks me naar boter, waar ze een flinke plak van af sneden en daar stukjes van in beide gerechten zwierden. *slik*. Vreemd genoeg zagen en smaakten beide gerechten absoluut niet vettig…

Na een dik half uur pruttelen konden we de voetjes over tafel schuiven.

 

 

Les 3: Over de verschillende dimensies van “pikant” kan je niet discussiëren met Indiërs. Vraag dus ook nooit naar iets pikants, want daar krijg je spijt van. Als iets mild pikant is voor hen, zoals vandaag het geval was, kleurt je gericht zo rood als de saus (very fashionable), begin je te zweten als een rund (minder fashionable) en pauzeer je tussen het eten door om met open mond in en uit te ademen alsof het verlammende gevoel in je mond dan sneller gaat verdwijnen. Niet dus… :-)

 

 

Kortom: Indisch is super lekker, waarvoor dank Rammohan en Vijay. Indiërs zijn meesters in het gebruik van kruiden (en vet) en als je er eentje over de vloer krijgt, kan je maar beter een lading ajuinen in huis halen. Mispak je niet, ze hebben een maag van staal, jij niet ;-) En de lege flessen olie op mijn aanrecht verraden ook dat het een verdoken caloriebommetje is. You can’t always have everything, right?

Geplaatst door: Odile Desbeck